Geen onderwerpen gevonden. Probeer een korter woord, bijvoorbeeld ‘spraak’, ‘intrekken’ of ‘bijstand’.
Algemene werking
1. Inloggen en een dienst kiezen
Kies bij Meldkamer MKA, AC of OC en kies je provincie. In singleplayer bedien je één regio. In multiplayer bezet iedere speler één combinatie van discipline en provincie. Friesland en Drenthe zijn bij inloggen als BETA gemarkeerd; hun ambulancedienstroosters zijn voorlopige spelroosters.
| Instelling | Wat doet deze keuze? |
| Instroom | Realistische dienst heeft per discipline eigen aantallen, rustige perioden en toevallige clusters. De instroom loopt door bij voertuigtekort. Oefendienst begrenst de werkdruk en geeft vaker verlichting bij veel wachtende meldingen. |
| Omstandigheden | Normaal, regen, storm, droogte of gladheid beïnvloeden de kans op bepaalde bestaande incidenten. |
| Drukte | Rustig en normaal volgen in een realistische dienst het statistische dagprofiel. Druk versterkt de instroom, ook 's nachts: de eerste oproep begint binnen 2½ spelminuut. Daarna liggen nieuwe oproepen maximaal 8 spelminuten uit elkaar bij MKA en OC, en 10 bij AC. De tussenpozen blijven willekeurig; triage kan nog even duren voordat de bon zichtbaar is. Dit zijn spelinstellingen, geen gemeten aantallen. In multiplayer bepaalt de kamermaker de drukte voor alle werkplekken. |
| Spraakgestuurd | Aan: je spreekt zelf met de eenheden. Uit: bediening zonder eigen microfoon, met waar beschikbaar tekstinvoer voor radiogesprekken. |
| Diensttijd en dag | Kies een heel uur en een weekdag, of huidige echte tijd. Bij echte tijd volgt de dag automatisch de Nederlandse datum. Bij een gekozen weekdag wordt de eerstvolgende bijbehorende datum gebruikt, inclusief vandaag. |
Klik op Starten. Een dienst begint zonder incidenten. De achtergrondintake start vanzelf; je hoeft geen automatische-intakeknop in te schakelen. De eerste melding kan op zich laten wachten. Een nieuwe dienst is een nieuwe simulatie.
2. De werkplek en de meldingscyclus
Selecteer eerst een melding en daarna een eenheid. De incidentkaart en de lijst met gekoppelde eenheden horen bij de geselecteerde bon. Controleer daarom vóór elke opdracht het meldingsnummer, de urgentie, de plaats en het geselecteerde voertuig.
- Een 112-gesprek of aanvraag levert een bon op; later kan extra informatie volgen.
- Je beoordeelt de beschikbare informatie, urgentie, locatie en benodigde capaciteit.
- Je koppelt passende eenheden en geeft volgens je discipline de ritopdracht of pageralarmering.
- Je verwerkt spraakaanvragen, nieuwe bellers, SITRAPs en eventuele bijstand.
- Na vrijmelding handel je de bon af en sluit je die zelf.
Openstaand betekent niet altijd dat er nog een voertuig moet vertrekken: een afgeronde bon kan hier terugkomen voor afsluiting. Lopend heeft een actieve inzet. De incidentlijsten sorteren eerst op urgentie en daarna op meldingsnummer. Bij AC en OC staan openstaande en lopende meldingen in één overzicht.
Begrippen en afkortingen
- MKA / AC / OC
- Meldkamer Ambulancezorg, Alarmcentrale Brandweer en Operationeel Centrum Politie.
- MC / IV
- Meldingsclassificatie en inzetvoorstel.
- DIA / VWS
- Directe inzet ambulance en voorwaardenscheppende inzet: verplaatsen om beschikbaarheid te bieden.
- SITRAP / AOC
- Situatierapport en alles onder controle.
- EHGV / OGS
- Eerste hulp geen vervoer en optische en geluidssignalen.
- SBAR
- De gestructureerde aanvraag van een professionele zorgverlener.
- OvD / MMT
- Officier van dienst en mobiel medisch team. OvD-G hoort bij de geneeskundige discipline, OvD-B bij de brandweer.
- TS / HW / AL / HV / AGS
- Tankautospuit, hoogwerker, autoladder, hulpverleningsvoertuig en adviseur gevaarlijke stoffen.
3. Kladblokken, terugbellers en dubbele meldingen
Algemeen bevat meldingsinformatie en, bij MKA, meldingscommando’s. Medisch bestaat bij MKA voor intake en uitgifte. Historie legt handelingen en communicatie vast. Het Intern kladblok gebruik je voor afstemming tussen disciplines. In AC staan algemene gegevens en historie samen; nieuwe updates verschijnen onderaan.
De eerste melding kan onvolledig zijn. Een volgende beller kan dezelfde bon aanvullen of aanvankelijk een aparte bon veroorzaken. Vergelijk locatie, tijd, toedracht, slachtoffers en rijbaan. Via Samenvoegen selecteer je de dubbele bon en daarna de melding die behouden moet blijven. Informatie wordt overgenomen en de dubbele bon gesloten. Handel eerst de gekoppelde eenheden op de dubbele bon af. Samenvoegen verplaatst geen voertuigen en kiest geen nieuwe urgentie voor jou.
4. Kaart, routes, tweede scherm en paneelgroottes
Incidenten hebben een rode kaartstip. Onder de stip staan de gekoppelde roepnummers in een licht doorzichtig vak. Voertuigkleuren geven hun status aan. De eenhedenlijst en de kaart gebruiken dezelfde selectie; bij MKA is een geselecteerde eenheid paars.
Open Kaart op tweede scherm en verplaats het venster naar je andere monitor. Laat de hoofdwerkplek open: die bedient de dienst. Sync aan laat de kaart met de geselecteerde eenheid meeschakelen. Met Sync uit behoud je je overzicht. Centreren en routes bekijken blijven beschikbaar. Bij AC en OC kan de minikaart verdwijnen om de eenhedenlijst meer ruimte te geven; Minikaart terug toont haar opnieuw.
P2000 opent een losse, donkere alarmeringsmonitor voor Noord-Nederland. Gewone ambulancealarmeringen verschijnen hier niet; brugpagerberichten en handmatige pagerberichten, bijvoorbeeld aan de OvD-G, wel. Brandweeralarmen en intrekkingen verschijnen als rode berichten; medische pagerberichten als gele berichten. Medic-1 krijgt een los bericht INZET MEDIC. In singleplayer volgt de monitor je open werkplek; in multiplayer volgt die alle provincies van de kamer, zonder spelersplek. Open Instellingen voor de meldkamercode en filters op provincie, dienst en prioriteit; met Zoeken zoek je op plaats, straat of roepnummer. De lijst pauzeren stopt alleen de weergave; de dienst gaat door. Geluid staat aanvankelijk uit. Intakegegevens en ethergesprekken staan niet op deze monitor. De monitor gebruikt alleen bevestigde capcodekoppelingen. Via Instellingen → Capcodes en bronnen opzoeken kun je zoeken op code, plaats en roepnummer en de openbare bronnen openen. Oude en onbevestigde vermeldingen blijven herkenbaar apart in deze naslaglijst. De voertuigblokjes staan onder elkaar.
Grondvoertuigen volgen geladen wegroutes. Als een route niet geladen kan worden, kan het voertuig wachten; het hoort niet rechtstreeks door gebouwen of water te bewegen. Controleer een adres met Adres zoeken en neem het resultaat over. Bij auto- en snelwegen zijn wegnummer, hectometer en Li/Re samen belangrijk.
Sleep scheidingsranden om vakken groter of kleiner te maken; aangrenzende vakken passen mee. Bij een gefocuste scheidingsrand werken ook pijltjestoetsen, met Shift voor grotere stappen. De indeling wordt per werkplek in de browser bewaard.
5. Spraak, Home en notificaties
Bij Spraakgestuurd aan schakel je de microfoon in en geef je de browser toestemming. Kies een spraakaanvraag of open een kanaal. Houd Home of de zendknop vast, spreek en laat los. Na herkenning volgt minimaal één seconde wachttijd voordat de eenheid kan antwoorden. Wacht tot het antwoord klaar is voordat je opnieuw zendt. Sluit de verbinding als het gesprek klaar is.
Een spraakaanvraag toont alleen Spraakaanvraag, Urgente spraakaanvraag of Noodknop. Je hoort de inhoud pas na aannemen. Gewone en urgente aanvragen hebben verschillende notificatietonen. Gesproken reacties regelt het afspelen van stemmen; dit is een andere instelling dan spreken met je eigen microfoon. De volumeregelaar regelt het radiogeluid.
Elk voertuig heeft bij automatische stemkeuze een vaste bemanning van maximaal twee stemmen. Nieuwe spraakaanvragen gebruiken steeds een van die twee stemmen; binnen hetzelfde gesprek blijft de spreker gelijk. Verschillende voertuigen hebben verschillende stemcombinaties. Bij MKA kun je via Telefonie ook één vaste stem voor de geselecteerde eenheid kiezen en stemmen testen. Test toon en Test urgent laten de beschikbare notificaties horen.
Je kunt vragen om een SITRAP, herhaling van het adres, status, aankomsttijd, benodigde extra hulp of de aanwezigheid van een andere discipline. Informatie hangt af van de ritfase en wat bekend is. Een eenheid die meer tijd nodig heeft voor een SITRAP kan later zelf spraak aanvragen. Per discipline rapporteert het eerste voertuig ter plaatse; een aanwezige OvD neemt het aanspreekpunt over.
6. Disciplines delen en berichten sturen
De vakjes P, B en A betekenen politie, brandweer en ambulance. De eigen discipline blijft aangevinkt. Vink de benodigde partner aan en schrijf in het interne kladblok welk verzoek je hebt en waarom. Een vinkje alleen is geen opdracht aan een voertuig.
Een tag zonder provincie richt zich in de huidige spelversie op de eigen provincie. Noem de provincie voor een gerichte andere werkplek, of gebruik alle voor de hele discipline. Voorbeelden:
@brandweer drenthe verzoek tilassistentie, patiënt kan niet zelfstandig naar beneden.@ambulance friesland verzoek ambulance, één gewonde na aanrijding.@politie verzoek veilige werkplek wegens agressie.@brandweer alle verzoek beschikbare specialistische bijstand.
Een nieuw gewoon bericht op een gedeelde bon geeft bij de andere betrokken werkplekken een oranje omlijning. Een gerichte tag geeft een toon en rood knipperen. Open en lees het bericht op je eigen werkplek om je markering af te handelen. Een gedeelde melding vermeldt de vragende discipline, bijvoorbeeld Assistentie brandweer.
7. Singleplayer, multiplayer en kamers
In singleplayer speel je één provincie en één discipline. Het spel kan gedeelde partnerverzoeken aanbieden en ondersteuning door andere diensten simuleren. Bij MKA biedt Bijstand ook voertuigen van de twee andere provincies.
Kies voor multiplayer Nieuwe kamer maken of Aansluiten bij een kamer, vul je naam in en kies een vrije werkplek. Een kamer heeft negen plekken: MKA, AC en OC, ieder voor Groningen, Friesland en Drenthe. Deel de achttekenscode of gebruik Speler uitnodigen. Vrienden hebben ook de bereikbare internetlink van dezelfde server nodig; een localhost-adres werkt alleen op je eigen computer.
Onbemande tafels worden door computercentralisten bediend. Als een speler aansluit neemt die het over; bij vertrek gaat de computer verder. Je bedient uitsluitend je eigen voertuigen. Deel hulpverzoeken met de andere tafel; de ontvangende centralist bepaalt de inzet. Een computercentralist kiest passende beschikbare bijstand. De knop Melding delen verschijnt bij de daarvoor beschikbare multiplayerbediening en ontvangers.
De kamerbeheerder regelt pauze en tempo voor iedereen. Tijd, incidenten en gedeelde berichten volgen dezelfde server. Het openen van de losse kaart creëert geen extra centralist. Kamers verdwijnen bij het herstarten van de spelserver; maak dan een nieuwe kamer.
Zelf een internetdienst vanaf je pc starten
Open PowerShell in de spelmap en voer npm.cmd run internet uit. Dit start de spelserver en de internetverbinding en toont een HTTPS-link. Open die link zelf, maak een multiplayerkamer en deel dezelfde link en kamercode met je vrienden. Zij kiezen Aansluiten bij een kamer en een vrije werkplek. Laat het PowerShell-venster en de pc aan tijdens het spelen. Met Ctrl+C stop je de internetdienst. Een volgende start kan een nieuwe link geven.
8. Klok, capaciteit en Dienstbeeld
Pauze stopt de simulatie. Het tempo 1×, 2×, 4×, 5× of 20× versnelt de spelklok en daarmee ritfasen en instroom. Radiogesprekken gebruiken de echte tijd; een kort gesprek kan bij hoge versnelling veel simulatietijd kosten. Bij een lege AC op een normale dag kan wachten op nieuwe meldingen bij de gekozen realistische instroom horen.
Dienstbeeld toont voertuigen in dienst, beschikbare en bezette voertuigen, wachtende meldingen, hoogste wachtrij en gemeten bezetting. Bij MKA zie je ook VWS. Voertuigritten per urgentie tellen afzonderlijk van bonnen: meerdere bellers zijn niet automatisch meerdere inzetten. De bezettingsmeting bouwt tijdens het spelen op.
9. Als iets niet reageert
- Geen nieuwe meldingen
- Controleer pauze, tempo, provincie en instroomstand. Een realistische dienst heeft geen gegarandeerde korte wachttijd. Je kunt zelf een handmatige bon aanmaken.
- Een knop is grijs of koppelen lukt niet
- Selecteer een geldige melding en een inzetbaar voertuig. Controleer adres, urgentie, diensttijd, bestaande inzet, eilandbeperkingen en gedeelde teams. Lees de foutmelding in de statusbalk.
- Microfoon werkt niet
- Gebruik localhost of HTTPS. Controleer browsertoestemming en de gekozen microfoon. Sluit een lopende zendbeurt en gebruik Microfoon inschakelen / opnieuw controleren. Zenden stopt bij focusverlies. De losse kaart gebruikt de microfoon van de hoofdwerkplek.
- Geen geluid of een nummer wordt niet begrepen
- Klik eerst in het spel, controleer volume, gesproken reacties en tabbladgeluid. Gebruik Test toon waar beschikbaar. Spreek het roepnummer rustig uit, laat Home los en lees eventuele herkenningsfouten. Bij een dubbelzinnig kort nummer kun je het volledige nummer gebruiken.
- Kaart of multiplayer blijft achter
- Controleer of de hoofdwerkplek en server nog open zijn. Open de losse kaart opnieuw vanuit de werkplek. Controleer je internetverbinding en kamervermelding. Het inlogscherm opnieuw openen start bij Starten een nieuwe dienst; gebruik dat niet als eerste herstelactie voor een lopend spel.
MKA · Ambulancezorg
1. Een eerste ambulance-inzet uitgeven
- Klik op de nieuwe bon in Openstaande incidenten.
- Lees Algemeen en Medisch. Controleer adres, plaats en urgentie.
- Klik op IV · Inzetvoorstel of druk op F7. Controleer de voorgestelde eenheid en de resterende dekking.
- Selecteer de eenheid. Gebruik rechtsklik → Koppelen of Alarmeren, afhankelijk van de gewenste handeling.
- Verwerk de onderweg-aanvraag en nieuwe intake-informatie. Blijf updates volgen totdat de eenheid ter plaatse is.
- Verwerk vervolgcommunicatie. Na de laatste vrijmelding komt de bon terug in Openstaande incidenten; sluit die na controle.
IV adviseert een passende beschikbare ambulance op basis van afstand; het alarmeert niet. Het voorstel is geen garantie voor de kortste werkelijk gereden route. Uitgifte of F8 koppelt en alarmeert de geselecteerde eenheid.
2. Achtergrondintake, DIA en urgentie
Zes gesimuleerde intakecentralisten verwerken de ambulancegesprekken buiten jouw zicht. Zodra terugbelnummer en incidentlocatie bekend zijn, kan een DIA als directe inzet verschijnen. Tijdens de verdere intake komen informatie en een definitief besluit binnen. Een reeds uitgegeven DIA kan daardoor nog van urgentie veranderen of worden afgebroken.
| Urgentie in het spel | Afhandeling |
|---|
| A0 / A1 | Spoedinzetten. De game gebruikt bij het aanrijden de ingestelde bonus van 40 km/u. |
| A2 | Ambulance-inzet zonder de spoedsnelheidsbonus van A0/A1. |
| B1 / B2 | Professioneel aangevraagd vervoer; let op een passende zorgcategorie. |
| C1 / C2 | Intake rondt af zonder ambulance-uitgifte, met vervolgzorg of zelfzorg in de bon. Een al aanrijdende inzet kan worden afgebroken. |
| U1 | Huisartsvisite. De huisartsauto vervoert geen patiënt. |
Een van politie of brandweer gedeelde P1/P2-bon moet je zelf beoordelen en naar A1 of A2 omzetten voordat je een ambulance inzet. De onderweg-reactie gebruikt de actuele urgentie op het moment van aannemen.
3. Zelf een bon maken en meldingscommando’s gebruiken
Nieuwe melding activeren of F2 maakt een lege bon. Vul MC, melder, telefoonnummer, locatie, kladblok en urgentie in. Zoek het adres, kies een resultaat en klik Adres overnemen. Uitgifte vereist een bevestigd adres en een passende urgentie; VWS is de uitzondering op de medische urgentie.
Typ meldingscommando’s in Algemeen en voeg de regel toe. Ze voeren een handeling uit op de geselecteerde bon:
| Commando | Werking |
|---|
-DIA | Directe inzet tijdens intake, zodra terugbelnummer en locatie bekend zijn. Een complete professionele aanvraag of afgeronde verwijzing wordt niet opnieuw DIA. |
-GH | Zet de gezondheidsclassificatie voor ambulance-inzet. Ook bijvoorbeeld -GH Onwel/Ziekte of -GH Reanimatie is beschikbaar. |
-DAAI | Annuleert de inzet, handelt gekoppelde eenheden af en zet de bon terug voor afsluiten. Geef geen extra tekst achter dit commando. Gebruik het als je de inzet daadwerkelijk wilt beëindigen. |
Intakebesluiten leggen de bijbehorende codes ook automatisch vast. Voor C1/C2 gebruik je het intakebesluit of de urgentiekeuze; -DAAI op zichzelf kiest geen C1- of C2-urgentie voor jou.
Op de incidentkaart opent LOC het gebiedsoverzicht, PROC de korte spelprocedure, IV het inzetvoorstel en HIST de historie. Via het werkblad Posten bekijk en zoek je standplaatsen, adressen en voertuigreferenties. Beheer biedt aanvullende HAP-, ziekenhuis- en brandweerreferenties. Start brengt je terug naar de keuze voor een nieuwe dienst.
4. Koppelen, alarmeren en portofoon
Rechtsklik op een eenhedenrij. Bij Spraakgestuurd aan reserveert Koppelen het voertuig voor de geselecteerde bon. Alarmeren koppelt én alarmeert. Bij een gesproken ambulancealarmering hoor je de drie seconden attentietoon; daarna zend je met Home. De eenheid bevestigt de alarmering met ontvangen. De automatische ritstatussen blijven doorlopen als een radiogesprek nog wacht.
Bij Spraakgestuurd uit geeft Koppelen de rit direct uit zonder eigen microfoon. Je hoeft dan niet eerst een gesproken oproep af te werken.
Oproepen op portofoon opent rechtstreeks een gesprek met de geselecteerde inzetbare eenheid, ook op post of ter plaatse. Dit veroorzaakt geen alarmtoon, koppeling of vertrek. Spreek met Home, of gebruik bij spraak uit het veld Portofoonbericht. Buiten dienst, reserve en een geblokkeerd gedeeld team reageren niet.
5. Ambulancestatussen, diensten en overtijd
| Status | Kleur en betekenis |
|---|
| 6 · Op post | Donkergroen; inzetbaar als het voertuig in dienst is. |
| 1 · Onderweg | Geel; op weg naar het incident. |
| 2 · Ter plaatse | Oranje; bij het incident. |
| 3 · Vertrek patiënt | Lichtblauw; patiëntvervoer. |
| 4 · Aankomst ziekenhuis | Donkerblauw; nog bezet totdat de eenheid vrijmeldt. |
| 5 · Vrij | Lichtgroen; bijvoorbeeld beschikbaar retour of beschikbaar op VWS. |
| Buiten dienst | Grijs; niet inzetbaar. Reservevoertuigen beginnen buiten dienst. |
De kolom Diensttijd staat tussen positie en incident. Buiten de dienst is de auto buiten dienst. Eindigt de dienst tijdens een inzet of retourrit, dan kleurt de diensttijd rood. De eenheid blijft tot terugkomst op de post opnieuw inzetbaar als de status en zorgcategorie dat toelaten.
Met rechtsklik → Status veranderen kies je een toegestane volgende status. Je kunt geen ritstatus kiezen zonder de daarvoor benodigde koppeling. Vrijmelding is iets anders dan het sluiten van een incident.
De eenhedenfilter kan alle eenheden, beschikbare eenheden, ingezette eenheden, OvD-G/MMT of HAP-auto’s tonen. Op een gefocuste eenhedenrij opent Shift + F10 het rechtermuismenu. Je kunt ook de statuskeuze onder de lijst gebruiken en op Verwerk status klikken.
6. Onderweg, AOC, SITRAP en ether
Een ambulance meldt onderweg bijvoorbeeld 112 onderweg A1 Hoofdstraat Meppel
: het laatste deel van het roepnummer, de urgentie, straat en plaats, zonder huisnummer. Middencomplexe ambulances doen geen onderweg-spraakaanvraag of AOC. Bij een beheerste A1-situatie kan na twee tot vijf minuten ter plaatse AOC volgen. AOC is een korte SITRAP; benodigde extra hulp wordt kort toegelicht.
Voor een eigen oproep aan een rijdende eenheid kies je Etherkanaal. Gewone ambulances zijn op dit kanaal bereikbaar tijdens onderweg, patiëntvervoer of vrij rijden, niet op post, ter plaatse of in het ziekenhuis. Gebruik daar zo nodig de aparte portofoonoproep. MMT kent eigen bereikbaarheid; roep 03-994 op als Lifeliner 4.
Begin met het roepnummer, bijvoorbeeld 112 meldkamer
. Na het antwoord geef je de opdracht. Vervolgvragen zoals Herhaal adres
, Kunt u een SITRAP geven?
of Heeft u nog hulp nodig?
kunnen in hetzelfde gesprek. De eenheid rapporteert over haar eigen discipline.
7. Doorkoppelen en een aanrijdende inzet afbreken
Selecteer eerst de nieuwe geldige bon. Rechtsklik daarna op een vrije of aanrijdende ambulance en kies Doorkoppelen naar [meldingsnummer]. De oude opdracht en timers vervallen. De nieuwe route start vanaf de bereikte positie, zonder nieuwe uitruktijd, alarmering of onderweg-spraak.
Via de ether kan dit ook: selecteer de nieuwe bon en geef bijvoorbeeld 112, ik heb u gekoppeld aan een nieuwe melding, A1, [straat en plaats]
. De geselecteerde bon bepaalt de bestemming. Een auto met patiënt aan boord of bij de patiënt wordt met deze handeling niet weggehaald.
Is een aanrijdende auto niet meer nodig? Roep die op en zeg bijvoorbeeld Uw inzet is niet meer benodigd, u mag retour
. De eenheid bevestigt, meldt zich vrij en rijdt beschikbaar terug. Dit beëindigt de opdracht van die eenheid; beoordeel apart of de bon kan worden afgesloten.
8. VWS: beschikbaarheid verplaatsen
- Klik op VWS, of kies de classificatie Dienstverlening / Ambulancezorg / VWS in een nieuwe handmatige bon.
- Bevestig de gewenste locatie. Voor VWS hoef je geen medische urgentie te kiezen.
- Koppel een ambulance en geef de opdracht uit. Je kunt een beschikbare rijdende auto ook doorkoppelen.
- De ambulance rijdt met normale snelheid naar de locatie en blijft daar met status Vrij beschikbaar.
- Sluit de VWS-bon na afhandeling. De auto begint geen patiëntproces en rijdt niet vanzelf retour.
Vanaf VWS kun je de ambulance naar een nieuwe melding sturen. Wil je haar terug naar de post laten rijden, roep haar op en geef de retouropdracht. Afbreken voordat VWS bereikt is maakt de auto niet ineens op die locatie beschikbaar. Dienstbeeld en de dekking vermelden beschikbare VWS-voertuigen.
9. Huisarts, ziekenhuis, verpleeghuis en HAP-auto
Professionele aanvragen komen compleet met SBAR en aangevraagde urgentie binnen, zonder de stapsgewijze 112-triage. De melder is de betrokken praktijk of instelling. Verpleeghuisaanvragen zijn in het spel B1/B2; beoordeel de passende voertuigcategorie. Verwar een aanvraag van een huisarts niet met een visite van een HAP-auto.
HAP-auto’s zijn in het spel op werkdagen van 17:00 tot 08:00 en in het weekend doorlopend beschikbaar. Een HAP-auto kan op de radio een U1-visite met adres doorgeven. Maak daarvoor zelf een lege bon, vul het adres en U1 in en koppel de huisartsauto aan haar eigen visite. Een bestaande HAP-visite kan daardoor al in de ingezet-lijst staan.
Vraagt de huisarts later een A1- of A2-ambulance, werk de urgentie en informatie bij en stuur een geschikte ambulance naar dat adres. De huisarts vervoert niet en meldt zich weer vrij na overdracht aan de ambulance of als geen vervoer nodig is.
10. EHGV, vervoer, vrijmelding en afsluiten
De gesimuleerde beoordeling leidt tot EHGV, vervoer of een andere afhandeling. Bij EHGV hoor je dat geen vervoer plaatsvindt en de eenheid weer beschikbaar is in de plaats. Bij vertrek met patiënt meldt de auto de bestemming; OGS geeft spoedvervoer aan. De oorspronkelijke A1-inzet betekent niet automatisch dat ook met OGS wordt vervoerd.
Je bewaakt de ritstatussen en beschikbaarheid. Na vrijmelding bij het ziekenhuis of na EHGV rijdt de ambulance beschikbaar retour. Op post wordt de status weer Op post. Zodra de laatste eenheid vrij is, verschijnt de bon onder Openstaande incidenten voor jouw afsluiting.
Als intake een aanrijdende inzet naar C1/C2 afbreekt, volgt een afbreekbericht en gaat de eenheid vrij retour. Is een ploeg al bij de patiënt, dan moet de lopende inzet eerst worden afgehandeld; een nieuw intakebesluit trekt die niet stilzwijgend weg.
11. Brugaanvragen en Pager
Brugaanvragen volgen de geladen route en zijn beperkt tot de geselecteerde grote, bediende verkeersbruggen. Kleine recreatieve overgangen, vaste bruggen, fietsbruggen, spoorbruggen en bekende buiten gebruik gestelde bruggen leveren geen aanvraag op en staan niet in het bruggenmenu van Pager. Onderweg gebeurt aanvragen bij A0/A1, niet bij A2/B1/B2. Tijdens patiëntvervoer kunnen bij OGS brugaanvragen volgen; bij normaal vervoer niet. Een brug kan tegelijk met het onderweg-bericht worden gevraagd of later als aparte spraakaanvraag. Een nieuwe koers kan ook een nieuwe relevante brug opleveren.
Open Pager naast HIST, kies zelf de juiste brug of andere ontvanger, typ het bericht en klik op Pagen. Het bericht komt in de historie. De radio toont geen vooraf ingevulde brugbediening. Een pagerbericht is in het spel een geregistreerd verzoek, geen bevestiging dat een echte brug bediend is. Pager bevat ook OvD-G en de beschikbare regionale brandweerreferenties.
12. Bijstand, MMT, Medic-1 en KNRM
Open Bijstand boven de eenhedenlijst. Singleplayer biedt de andere provincies, Medic-1, landelijke MMT’s en KNRM. Selecteer een categorie en vervolgens een passende eenheid. In multiplayer vraag je regionale ambulancebijstand bij de andere centralist aan; MMT en KNRM blijven als bijstand beschikbaar. Medic-1 hoort bij de Friese werkplek.
Een MMT ondersteunt medisch en is geen gewone vervoersambulance. Een helikopter en de bijbehorende MMT-auto kunnen hetzelfde team delen: als het team vliegt is de auto niet als extra ploeg beschikbaar. Reserves zijn standaard buiten dienst. Medic-1 is de ambulancehelikopter vanaf vliegbasis Leeuwarden, met een doorlopende spelbeschikbaarheid. Helikopters vliegen in het spel rechtstreeks met 250 km/u, zonder bruggen.
Een eilandambulance blijft op het eigen eiland. Vraag Medic-1 of KNRM aan als vervoer naar de wal nodig is. Typ @knrm in het interne kladblok en verzend om het keuzescherm te openen. Kies boot en standplaats, soort inzet, haven op de wal en verzoek. De spelinstellingen gebruiken vijf minuten opkomst en maximaal 50 km/u op de directe vaarlijn. De boot wacht op een gereedgemelde eilandambulance; de eilandauto rijdt niet door zee.
AC · Brandweer
1. Een brandweermelding uitgeven
- Selecteer de brandweermelding en lees de algemene informatie en laatste updates.
- Controleer de locatie, P1/P2 en de vastgelegde omvang. Gebruik Opslaan na een wijziging in de incidentkaart.
- Klik op IV · Inzetvoorstel of druk op F7.
- Open Alarmeren, vink de gewenste voertuigen aan en controleer het pagerbericht.
- Klik op Alarmeren via pager. De voertuigen melden zich na hun opkomst uitgerukt.
- Verwerk uitrukspraak, SITRAPs en bijstand; pas zo nodig omvang en inzet aan.
- Laat eenheden na afhandeling vrijmelden en sluit de melding wanneer de inzet klaar is.
De AC heeft eigen achtergrondintake en brandweervoertuigen. Een ambulanceverzoek gaat naar MKA; je alarmeert geen ambulance via de brandweerpager.
2. Incidentkaart, handmatige bon en meldingsupdates
Nieuwe melding maakt een lege brandweerbon. Vul classificatie, urgentie, locatie en bijzonderheden in. Zoek een gecontroleerd adres of hectometerpunt, kies het resultaat en klik Opslaan. Gebruik Omvang voor klein, middel, groot of zeer groot. Alleen een omvang kiezen verstuurt nog geen alarmering.
Terugbellers, automatische brandalarmen, handmelders en sprinklermeldingen kunnen nieuwe informatie opleveren. Soms blijkt na enkele minuten dat de inzet kan vervallen. De melding krijgt een update en knippert rood. Lees onderaan het algemene kladblok wat gewijzigd is; bepaal zelf of je intrekt, afschaalt of door laat rijden. Een terugbelbericht is geen automatisch pager-intrekkingsbesluit.
3. Kazernes, voertuigcategorieën en opkomst
De eenhedenlijst bevat regionale brandweervoertuigen. Filter op Primair · TS, Specialistisch, Leiding · OvD-B / AGS of Ondersteuning. Zoek op roepnummer, type of kazerne. Met Ook buiten dienst zie je ook niet inzetbare referenties. Een registratie in de catalogus betekent niet dat je die als een zelfstandige extra ploeg kunt inzetten.
Het opkomstprofiel staat in de lijst. Beroeps gebruikt in het spel ongeveer 60–90 seconden voor vertrek, vrijwillige opkomst 240–300 seconden. Daar komt de rijtijd nog bij. P1 gebruikt in het spel een bonus van 20 km/u; P2 en retour rijden normaal. Specialistische voertuigen zijn niet onderling uitwisselbaar: een boot, duikteam, redvoertuig en TS hebben elk een andere functie.
4. Inzetvoorstel en passende capaciteit
IV adviseert beschikbare voertuigen die bij de melding passen en houdt rekening met al gekoppelde capaciteit. Waar de wegafstandsmatrix beschikbaar is, gebruikt het voorstel de wegafstand; anders is de afstand een schatting. Voorgestelde eenheden krijgen een rode omlijning. Je bepaalt zelf of je ze aanvinkt en alarmeert.
Een brandmelding vraagt doorgaans TS-capaciteit. De omvang kan meer TS’en en leiding nodig maken. Afhijsen gebruikt een TS en een passend regionaal redvoertuig, tilassistentie een TS. Bij waterredding verschilt zichtbare oppervlaktehulp van een onduidelijke of onderwaterpositie. Beknelling of zwaar wegvervoer kan specialistische hulpverlening vragen. Gevaarlijke stoffen kunnen een AGS en OvD-B vragen. Het concrete voorstel is leidend voor de in het spel bekende situatie en kan na updates veranderen.
6. Uitrukspraak, ether en portofoon
Bij werkelijk vertrek vraagt een voertuig spraak aan om te melden dat het is uitgerukt en om aanvullende informatie te vragen. Neem de aanvraag aan en geef relevante wijzigingen door. De voertuigen rijden door terwijl een gesprek nog wacht. Spreek een brandweernummer als twee delen zonder regiocode: 01-1832 wordt 18 32.
De AC heeft een eigen Etherkanaal. Ingezette eenheden onderweg, ter plaatse en beschikbaar retour kunnen daarop worden opgeroepen. Rechtsklik → Oproepen op portofoon werkt ook op de kazerne, zonder pager, koppeling of uitruk. Gebruik Home bij spraak aan of het radioberichtveld bij spraak uit. Vraag bijvoorbeeld om een SITRAP, adresherhaling of aanvullende capaciteitsbehoefte.
Een opdracht via portofoon vervangt geen brandweerpageralarmering of intrekkingsbediening. Gebruik de betreffende knoppen om voertuigen daadwerkelijk te alarmeren of terug te trekken.
7. SITRAP, opschalen en brand meester
Het eerste brandweervoertuig ter plaatse geeft een SITRAP over het eigen werk: aangetroffen situatie, risico’s, werkzaamheden en benodigde capaciteit. Een OvD-B ter plaatse neemt de communicatie over. Andere voertuigen blijven hun eigen status en uitruk melden, maar geven niet allemaal dezelfde automatische SITRAP.
Bij brand kan de rapportage kleine brand, middelbrand, grote brand of zeer grote brand bevatten. Verwerk de omvang via Omvang → Opslaan en vraag opnieuw IV. Alarmeer ontbrekende voertuigen zelf. Een schaalwijziging stuurt geen pagerbericht en activeert geen automatische GRIP-opschaling.
Brand meester betekent dat de betreffende fase beheerst is. Nablussen, nacontrole en verdere inzet kunnen nog nodig zijn; de melding is daarmee niet automatisch afgesloten. Vraag bij twijfel een nieuwe SITRAP. Als een ploeg eerst meer moet verkennen, kan zij toezeggen later terug te komen en daarna zelf spraak aanvragen.
8. Alles intrekken, één voertuig intrekken en afschalen
Klik op Intrekken. Kies Alle gekoppelde voertuigen intrekken of Alleen [roepnummer] intrekken. Je kunt ook een eerder verzonden alarm in het pagervenster intrekken. Het bericht gebruikt de oorspronkelijke pagertekst met Intrekken Alarm Brw ervoor.
Na tien simulatieseconden worden de betrokken voertuigen ontkoppeld. Een voertuig dat nog op de kazerne staat blijft daar; uitgerukte voertuigen gaan beschikbaar retour. Ze kunnen tijdens retour opnieuw worden ingezet. Oude inzet-timers vervallen, zodat een ingetrokken voertuig niet later alsnog op het oude incident aankomt.
Voor afhandeling ter plaatse is per gekoppelde eenheid ook Vrij / retour beschikbaar. Controleer welke capaciteit moet blijven voordat je een hele pagergroep intrekt.
9. Brandweerstatussen, kaart en afronding
| Status | Betekenis |
|---|
| Gealarmeerd | Pager verstuurd; opkomst loopt. |
| 1 · Uitgerukt | Onderweg op de wegroute. |
| 2 · Ter plaatse | Inzet bij het incident. |
| 4 · Beschikbaar | Beschikbaar, bijvoorbeeld retour naar de kazerne. |
| 5 · Op kazerne | Op de eigen kazerne. |
| 6 · Buiten dienst | Niet inzetbaar. |
Deze statusnummers verschillen van MKA. P1 is rood en P2 geel in de incidentenlijst. De kaart gebruikt dezelfde selectie, Sync en tweede-schermbediening als de andere werkplekken. Als alle voertuigen klaar zijn, controleer je resterende partnerinzet en sluit je de bon met Afsluiten.
10. Andere disciplines en dubbele bonnen
Vink A of P aan en vraag in het interne kladblok de benodigde hulp, bijvoorbeeld @ambulance friesland één gewonde na woningbrand, verzoek ambulance. Deel de feiten die de partner nodig heeft. In multiplayer maakt de ontvangende centralist de eigen inzetkeuze. Op jouw AC-werkplek blijven de brandweervoertuigen onder jouw bediening.
Een vanuit MKA of OC ontvangen verzoek kan als Assistentie ambulance of Assistentie politie binnenkomen. Controleer zelf locatie en benodigde brandweercapaciteit. Bij meerdere 112-bellers kunnen dubbele AC-bonnen ontstaan. Handel voertuigen op de dubbele bon eerst af en gebruik daarna Samenvoegen. Gebruik delen voor samenwerking tussen disciplines; voeg niet blind hun verschillende werkbonnen samen.
OC · Politie
1. Een politie-inzet uitgeven
- Selecteer de melding en controleer urgentie, locatie en laatste informatie.
- Klik op IV · Inzetvoorstel of kies zelf een passende vrije eenheid.
- Gebruik Koppelen om de eenheid aan de geselecteerde bon te koppelen.
- Bij spraak aan: open Oproepen en geef de opdracht met urgentie, plaats en de kern van de melding door.
- Verwerk ter-plaatsebericht, SITRAP, eventuele extra hulp en vrijmelding.
- Sluit de bon als alle gekoppelde inzet is afgehandeld.
Politie wordt gekoppeld en opgeroepen. Er is geen politie-pager of ambulancealarmering. Bij spraakbediening uit begint Koppelen direct het aanrijden; bij spraak aan reserveert koppelen de eenheid tot de ritopdracht over de ether.
2. Politiemeldingen, prioriteiten en zelf invoeren
OC heeft eigen incidenten, bijvoorbeeld ruzie, heterdaad, verdachte situatie, vermissing, overlast en verkeersongevallen. Nieuwe bellers kunnen het beeld verduidelijken. Een bon kan ook door een andere discipline worden gedeeld.
Nieuwe melding maakt een lege bon. Vul classificatie, P1/P2/P3, melder, locatie en bijzonderheden in. Kies een adres of hectometerresultaat en klik Opslaan. De incidentenlijst toont P1 rood, P2 geel en P3 groen en sorteert op urgentie. Hetzelfde incident kan nog een aanvullende eenheid of partnerdienst nodig hebben nadat de eerste auto is gekoppeld.
3. Surveillance, roepnummers en filters
Beschikbare eenheden surveilleren verspreid rond hun basisteam en volgen geladen wegen. Eilandeenheden blijven op het eigen eiland. Filter op Teamgebied, Beschikbaar of Ingezet en zoek op roepnummer, functie of plaats. De lijst toont positie/basis, status, ethergroep en gekoppeld incident.
De spelnotatie is NN + teamcode + functie-/voertuignummer. Bijvoorbeeld NN2101: team 21, nummer 01. Spreek op de radio twee delen zonder NN: 21 01. De volledige notatie blijft in de eenhedenlijst staan.
| Laatste deel | Functies in de spelindeling |
|---|
| 01–09 / 11–15 | Noodhulp duo / noodhulp solo |
| 10 / 16–19 | OpCo / onopvallende auto |
| 21–26 / 27–34 | Motor / bike |
| 40 / 41–49 | Coördinatie / horeca of evenement |
| 56–58 / 59 | Recherche / dierenpolitie |
| 60–79 / 91–92 | Wijkagent / OvD |
Deze nummerindeling is een spelschema. Niet elk mogelijk nummer levert een beschikbare auto op. De aanwezige functies en aantallen in de lijst bepalen wat je kunt inzetten.
4. IV, koppelen en de juiste capaciteit
IV · Inzetvoorstel adviseert een geschikte beschikbare noodhulpeenheid en markeert die met een rode omlijning. Het huidige OC-voorstel vergelijkt hemelsbrede afstand; controleer zelf de kaart en aanrijmogelijkheden. Een biketeam kan niet naar een hectometerincident op een auto- of snelweg worden gestuurd.
Selecteer de melding en eenheid en klik op Koppelen, of gebruik het rechtermuismenu. Een eenheid met een andere actieve inzet is niet vrij voor een tweede bon. Roep de eenheid op om een gekoppelde opdracht door te geven. Bestaande koppeling opnieuw bevestigen hoort geen dubbele rit of nieuw rondje surveillance te starten.
5. OC-1, OC-2, OC-3 en oproepen
De spelindeling gebruikt OC-1 voor Groningen, OC-2 voor Friesland en OC-3 voor Drenthe. Ingedienstgemelde politie-eenheden blijven op hun ethergroep bereikbaar. Selecteer een voertuig en klik Oproepen; het gesprek opent op de groep van die eenheid. Je kunt ook via rechtsklik oproepen.
Kies een kanaal en gebruik Eenheid naar kanaal om de geselecteerde eenheid om te zetten. Rond een lopende zendbeurt eerst af voordat je een groep wisselt. Buiten dienst gemelde eenheden reageren niet als ingemelde etherploeg.
Bij spraak aan gebruik je Home of de ingedrukte zendknop. Bij spraak uit gebruik je Radiobericht → Zenden; Opdracht doorgeven geeft de opdracht voor de geselecteerde bon door binnen het geopende gesprek. Je hoeft de politie niet te pagen.
6. Een inzet mondeling doorgeven en vervolgvragen
Begin bijvoorbeeld met 21 01 meldkamer
. Geef na het antwoord de inzet door: 21 01, ik heb u gekoppeld aan een melding, P1, [straat en plaats], [korte omschrijving]
. De gekoppelde of geselecteerde geldige bon bepaalt de bestemming. Een eenheid kan eerst komt u maar zeggen omdat zij nog op jouw inhoudelijke opdracht wacht.
Vragen zoals Kunt u een SITRAP geven?
, Is de ambulance al ter plaatse?
, Heeft u nog hulp nodig?
, Zijn de aanrijdende eenheden nog nodig?
en Herhaal adres
worden binnen de beschikbare incidentinformatie afgehandeld. Politie geeft bevindingen over het eigen werk. Als er nog onvoldoende informatie is, kan later een nieuwe spraakaanvraag volgen.
Wacht op de eenheidsreactie en sluit het gesprek als het klaar is. Zonder herkende opdracht of geldige koppeling is een antwoord geen bevestiging dat een voertuig al naar een andere locatie rijdt.
7. Status wijzigen, arrestanten en weer beschikbaar
De OC onderscheidt beschikbaar/surveillance, gekoppeld, onderweg, ter plaatse, arrestant naar bureau, op bureau en buiten dienst. Rechtsklik op de eenheid, kies Status en klik op Status verwerken. Onderweg, ter plaatse en vervoer vereisen een actieve bon.
Een beschikbare eenheid hervat surveillance. Een eenheid met arrestant is bezig met vervoer naar het bureau en is niet gewoon vrij voor een nieuwe noodhulptaak. Controleer de status, bestaande inzet en eventueel ontvangen communicatie voordat je opnieuw koppelt.
Na de laatste vrijmelding kan de bon nog openstaan voor jouw afsluiting. Afsluiten werkt pas als eigen en eventuele partnerinzet zijn afgehandeld.
8. Eerste voertuig, OvD en meerdere eenheden
Het eerste politievoertuig ter plaatse geeft de automatische SITRAP. Een aanwezige OvD neemt het aanspreekpunt over. Zo krijg je niet van iedere gekoppelde eenheid dezelfde SITRAP. De overige voertuigen houden hun eigen statusverloop.
Een vraag aan een ander voertuig kan naar het aanspreekpunt verwijzen. Bij beperkte eerste informatie kan een ploeg eerst de situatie moeten verkennen of betrokkenen spreken. Een toezegging om later terug te komen kan daarna een zelfstandige spraakaanvraag opleveren. Gebruik het bericht om te bepalen of je capaciteit moet vasthouden of bijvragen; het kladblok wordt niet automatisch een medische beoordeling.
9. Ambulance, brandweer, gedeelde meldingen en kaart
Vink A of B aan en schrijf je hulpverzoek in het interne kladblok, bijvoorbeeld @ambulance groningen verzoek ambulance, fietser gewond bij aanrijding. Of vraag met @brandweer passende technische hulp. Gebruik een provincie als je gericht een andere regio nodig hebt. De ontvangende discipline kiest haar voertuigen en eigen urgentie.
De kaart, rode incidentstippen, gekoppelde labels, Sync en het losse tweede scherm werken zoals in het algemene hoofdstuk. Controleer bij verkeersongevallen vooral de juiste rijbaan en hectometer. Bij dubbele OC-bonnen handel je de inzet op de dubbele bon af en gebruik je Samenvoegen. Gewone interne updates krijgen een oranje markering; gerichte tags knipperen rood bij de ontvanger.